Stenen met een verhaal: de zwerfkeien van het Wevershuisje

Met dank aan de informatie van geoloog Kim Hein

In de tuin van het Wevershuisje liggen een aantal opvallende keien. Groot, rond, bedekt met mos, en op het eerste gezicht misschien niet meer dan decoratie. Maar wie goed kijkt, ziet iets bijzonders: in sommige stenen is een vlak stuk weggeslepen, net groot genoeg om een balk op te laten rusten. Deze keien waren ooit de fundering van drie huizen die stonden op het terrein aan de Doelenstraat. Toen die huizen gesloopt werden, kwamen de stenen vrij en vonden ze een nieuw thuis hier, in de beschutting van de oude tuin.

Maar het verhaal van deze stenen begint lang vóór die huizen. Veel langer.

Twee miljard jaar geleden, diep onder de Himalaya

De keien zijn gemaakt van graniet, granodioriet en tonaliet, gesteenten die zo’n 1,8 tot 2 miljard jaar geleden zijn ontstaan. Op dat moment speelde zich ergens in wat nu Scandinavië is een enorme geologische gebeurtenis af: de zogenaamde Svecofenniaanse gebergtevorming. Reusachtige bergketens rezen op, vergelijkbaar met de Himalaya vandaag. Diep in de aardkorst, op 15 tot 30 kilometer diepte, smolt gesteente samen en stoldde langzaam tot het harde kristallijne graniet dat we nu kunnen aanraken. De grote kristallen die je in de stenen kunt zien zijn het bewijs van die trage afkoeling, ver weg van de oppervlakte en ver weg van nu.

Van Scandinavië naar Nederland, per gletsjertransport

Hoe komen Scandinavische rotsblokken dan in een Nederlandse tuin terecht? Het antwoord ligt in de Saalienijstijd, de laatste grote ijstijd in Nederland, die duurde van ongeveer 400.000 tot 130.000 jaar geleden. In die periode trok een enorme ijskap vanuit het noorden over het huidige Nederland. De ijskap plukte rotsblokken mee van de bodem van wat nu de Noordzee en Scandinavië is, en transporteerde ze honderden kilometers zuidwaarts. Wanneer het ijs smolt, lieten de gletschers al dat materiaal vallen: zand, grind, klei en grote stenen. Geologen noemen zo’n steen een dropstone, letterlijk een “gevallen steen”. De grote heuvelruggen in Utrecht zijn ook zo ontstaan, als restanten van dat ijstijdmateriaal, dat moraines wordt genoemd.

Een steen met meerdere levens

Na de ijstijd lagen deze keien ergens in de Hollandse bodem, misschien eeuwenlang onopgemerkt. Op enig moment werden ze opgegraven en hergebruikt als fundering. Stevig, onverwoestbaar, en ruim voorhanden: logisch dat vroegere bouwers ze gebruikten. Iemand sloeg er een vlakke kant in, zodat een houten balk er stabiel op kon rusten. Die ingreep is nog steeds te zien.

Nu liggen ze in de tuin, met mos begroeid en omgeven door klimop. Stenen die twee miljard jaar oud zijn, die de ijstijd overleefden, als funderingsblok dienden en nu gewoon in een rustige tuin in het centrum liggen. Bijna nonchalant, maar met een geschiedenis die de verbeelding ver te boven gaat.

Vergelijkbare berichten